ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over zorgbijdrage en toepasselijkheid Europese verordeningen voor in EU wonende Nederlandse gepensioneerden
Appellanten, Nederlandse gepensioneerden woonachtig in diverse EU-lidstaten, betwisten de inhouding van een zorgbijdrage op hun Nederlandse pensioen op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij voeren aan dat deze bijdrage een belasting is waarvoor Nederland geen heffingsbevoegdheid heeft en dat zij een keuzerecht hebben om zich niet in te schrijven bij het orgaan van hun woonland, waardoor inhouding van de bijdrage niet gerechtvaardigd is.
De Centrale Raad van Beroep onderzoekt de verhouding tussen de Nederlandse wetgeving en de Europese Verordeningen 1408/71 en 574/72, met name de artikelen 28, 28bis, 29 en 33, die de toepasselijke wetgeving en het recht op verstrekkingen regelen voor gepensioneerden die in een andere lidstaat wonen. De Raad concludeert dat appellanten in beginsel recht hebben op verstrekkingen in het woonland en dat de Nederlandse bijdrage een sociale bijdrage is, geen belasting.
De Raad stelt echter vast dat onduidelijkheid bestaat over de uitleg van artikel 33 van Pro Vo 1408/71 met betrekking tot de inhouding van bijdragen bij personen die zich niet hebben ingeschreven bij het orgaan van het woonland. Ook is onduidelijk of de bijdrage een belemmering vormt van het vrij verkeer van werknemers en burgers binnen de EU. Daarom verzoekt de Raad het Hof van Justitie om prejudiciële beslissingen over deze kwesties en houdt de verdere behandeling aan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en houdt de verdere behandeling aan.