ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontvangen heffingskortingen
Betrokkene ontving vanaf 1993 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. In 2003 ontving zij een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen van €2.371, mede bestaande uit heffingskortingen. Deze bedragen werden niet correct in mindering gebracht op haar bijstandsuitkering, waardoor zij in 2003 en december 2004 te veel bijstand ontving.
Het College vorderde terugbetaling van de teveel ontvangen bijstand, respectievelijk €1.740 over 2003 en €115,08 over december 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene deels gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar oordeelde dat betrokkene het bedrag van €2.371 aan het College moest terugbetalen.
De Centrale Raad stelt vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding is getreden door de herziening van de bijstand te beoordelen, terwijl betrokkene alleen de terugvordering betwistte. De Raad bevestigt dat betrokkene erkent €1.740 te veel te hebben ontvangen in 2003 en dat het College bevoegd was tot terugvordering. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel ontvangen bijstand bevestigd.