ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij autohandel
Appellant ontving sinds 1984 met onderbrekingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek van de RDW bleek dat appellant geen melding had gedaan van dertien auto's die op zijn naam stonden, wat leidde tot een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Delft trok daarom de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug.
In bezwaar werd het besluit gedeeltelijk gehandhaafd, waarbij alleen de bijstand over november 1998, november 1999 en mei 2005 werd ingetrokken en teruggevorderd. Appellant stelde dat er geen sprake was van autohandel, maar de Raad oordeelde anders. Uit de gegevens bleek dat appellant in genoemde maanden meerdere auto's kortstondig op zijn naam had staan en deze overschreef, wat op handel duidt.
De Raad verwierp de stellingen van appellant dat het om vriendendiensten ging of dat hij weinig verdiende, mede omdat appellant zelf had verklaard auto's te verkopen. Door het niet melden van deze activiteiten schond appellant de inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College had daarom terecht de bijstand ingetrokken en kosten teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.