ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 10 september 1999 arbeidsongeschikt verklaard wegens hoofdpijn en evenwichtsproblemen en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%.
Het UWV trok de WAO-uitkering per 29 juni 2006 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de tweede deskundige Timmerman volgde en verzocht om een derde onafhankelijke deskundige.
De Raad overwoog dat het vaste jurisprudentie is om het oordeel van een door de rechter ingeschakelde deskundige te volgen, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen. De rechtbank had op goede gronden het oordeel van de eerste deskundige Busard verworpen en het rapport van Timmerman gevolgd, dat zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd.
De Raad vond geen aanleiding om een derde deskundige in te schakelen en bevestigde dat de beperkingen van appellante juist waren gewaardeerd en dat de geduide functies passend waren. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.