ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage Zorgverzekeringswet voor in buitenland wonende gepensioneerden
Appellanten, allen Nederlandse gepensioneerden woonachtig in verschillende EU-lidstaten, stelden bezwaar tegen de vastgestelde bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor het jaar 2006. Zij voerden aan dat de woonlandfactor die de bijdrage bepaalt niet recht doet aan de werkelijke kosten van zorg in hun woonland en dat de bijdrage als belasting onrechtmatig zou zijn.
De Raad oordeelde dat de bijdrage Zvw geen belasting is maar een sociale bijdrage binnen het kader van Verordening EG 1408/71, en dat Nederland bevoegd is deze bijdrage te heffen. De discussie spitste zich toe op de vraag of de woonlandfactor, die de bijdrage verlaagt op basis van gemiddelde zorgkosten in het woonland, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur.
De Raad stelde vast dat appellanten ongelijk worden behandeld ten opzichte van in Nederland woonachtige premieplichtigen, maar dat deze ongelijke behandeling niet leidt tot een overduidelijke onevenredigheid. De woonlandfactor is gebaseerd op officiële en door een rekencommissie goedgekeurde cijfers en sluit aan bij het algemene verstrekkingenniveau per land. Solidariteit en draagkracht blijven centraal staan in het stelsel.
Daarom bevestigde de Raad de aangevallen uitspraken van de rechtbank Amsterdam en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De bijdrage Zorgverzekeringswet voor in het buitenland wonende gepensioneerden wordt bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.