ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6583
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in 2007 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer met een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan oorlogservaringen. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Appellant stelde dat hij en zijn gezin tijdens de Japanse bezetting angstige omstandigheden hadden doorgemaakt, waaronder mishandeling van zijn moeder en opsluiting in de kliniek van zijn vader. De Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de wet. Ook de ontwrichting van het gezinsleven en de dreiging tijdens de Bersiap-periode zijn onvoldoende voor erkenning.
Verweerster voerde een zorgvuldig onderzoek uit, waarbij archieven en dossiers werden geraadpleegd. Hieruit bleek dat het gezin van appellant niet geïnterneerd was, en de verklaring van de oom werd vanwege diens verblijf elders in interneringskampen niet doorslaggevend geacht. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond.
Ten slotte wees de Raad een vergoeding van proceskosten af, conform artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.