ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6584
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek buitengewoon pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten over verzetsdeelname
Appellanten, de erven van betrokkene, verzochten herziening van een eerdere afwijzing van een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945. De oorspronkelijke aanvraag werd in 1978 afgewezen omdat betrokkene's echtgenoot niet als verzetsdeelnemer werd erkend. Na meerdere onderzoeken, waaronder een recent onderzoek in 2006 waarbij ook het Ministerie van Defensie en het NIOD werden geraadpleegd, bleef het oordeel negatief.
Appellanten voerden aan dat de echtgenoot onterecht in een kwaad daglicht was gesteld en wezen op zijn benoeming tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde en zijn militaire dienst na de oorlog als indicaties van verzetsdeelname. De Raad toetste terughoudend de discretionaire bevoegdheid van verweerster om eerdere besluiten te herzien en concludeerde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren ingebracht die het eerdere oordeel konden veranderen.
De Raad benadrukte dat de mogelijkheid tot herziening niet bedoeld is om grieven over de motivering of voorbereiding van eerdere besluiten te behandelen; daarvoor dienen de reguliere rechtsmiddelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het buitengewoon pensioen wordt ongegrond verklaard.