ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6588
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1938 te Batavia, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer met aanspraak op uitkeringen en vergoedingen vanwege gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan oorlogservaringen in Nederlands-Indië. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellante getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet.
De Raad onderzocht het beroep en concludeerde dat de door appellante aangevoerde gebeurtenissen, zoals huiszoekingen door Japanners, bedreiging van haar moeder met een bajonet en confrontatie met een vermoorde neef, niet voldoen aan de criteria van ernstig fysiek geweld zoals doodslag of executie. Tevens was er geen duidelijke toezegging gedaan door de heer Nota tijdens de hoorzitting die appellante deed geloven dat bevestiging van onderduik van haar vader automatisch tot erkenning zou leiden.
De Raad oordeelde dat verweerster op goede gronden het besluit handhaafde en dat er geen schending was van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs dat zij getroffen is door oorlogsgeweld in de zin van de Wet.