ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende bewijs uitreiking en ontvankelijkheid bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 11 juni 2007 waarin zijn recht op ziekengeld werd beëindigd. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat het besluit op de dag van uitreiking tijdens een spreekuur aan appellant was overhandigd, waardoor het bezwaar te laat was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit niet had ontvangen en ontkende de uitreiking. De Raad overwoog dat het UWV aannemelijk moest maken dat het besluit was uitgereikt, wat niet was gebeurd omdat geen ontvangstbewijs of ander bewijs was overlegd. De gebruikelijke procedure van uitreiking door de verzekeringsarts en controle door een teamondersteuner was onvoldoende om uitreiking te bewijzen.
De Raad concludeerde dat het besluit niet op de vermeende datum bekend was gemaakt en dat de termijn voor bezwaar pas later was aangevangen. Het bezwaar van appellant was daarom niet te laat ingediend en het UWV had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met aandacht voor eventuele schadevergoeding en kosten rechtsbijstand.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit van het UWV is vernietigd.