ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAZ-uitkering toegekend gekregen wegens een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer vanaf 30 september 2003. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 januari 2007, omdat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 25%. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij nog steeds voor 80% of meer arbeidsongeschikt was en dat het UWV ten onrechte was uitgegaan van een verkeerde eerste arbeidsongeschiktheidsdag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, waarna het UWV een nieuw besluit moest nemen. Dit nieuwe besluit kende appellant een vergoeding toe voor gemaakte reiskosten in de bezwaarfase, maar bevestigde verder het standpunt dat de uitkering niet tot uitbetaling kwam vanwege een fictieve arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.
In hoger beroep stelde appellant dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag eerder lag, waardoor een andere referteperiode voor het maatmaninkomen zou gelden. De Raad overwoog echter dat deze grief voor het eerst in hoger beroep werd ingebracht en buiten de omvang van het geding viel. Ook oordeelde de Raad dat het UWV terecht was uitgegaan van 1 oktober 2002 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat de gehanteerde referteperiode onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 september 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering per 1 januari 2007 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.