ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens inkomsten uit arbeid in WIW-traject
Appellante had een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Deze toeslag wordt toegekend aan personen die gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden geen of zeer geringe inkomsten uit arbeid hebben gehad en daardoor een beperkt arbeidsmarktperspectief hebben.
Appellante was in dienst bij WSD Reïntegratie & Detachering op basis van een WIW-arbeidsovereenkomst en was gedetacheerd bij twee werkgevers waar zij werkzaamheden verrichtte tegen een regulier salaris en onder een CAO. Zij voerde aan dat deze werkzaamheden slechts stageachtig waren en niet als inkomsten uit arbeid moesten worden beschouwd.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden als op geld waardeerbare arbeid moeten worden gezien en dat de verdiensten als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt. Het feit dat het dienstverband in het kader van de WIW was aangegaan, doet hieraan niet af. Omdat appellante in de referteperiode meer verdiende dan de toegestane grens, was zij niet gerechtigd tot de toeslag.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het dagelijks bestuur en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat de inkomsten uit het WIW-dienstverband als inkomsten uit arbeid worden aangemerkt.