ECLI:NL:CRVB:2006:AY0263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Toekenning langdurigheidstoeslag ondanks latere inkomsten uit arbeid
Appellante werkte sinds juni 2004 enkele uren per week en vroeg op 29 november 2004 een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College wees de aanvraag af omdat zij in de voorafgaande 60 maanden inkomsten uit arbeid had ontvangen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de peildatum voor de beoordeling van de aanvraag de datum is waarop de ononderbroken periode van 60 maanden is bereikt. Ontvangst van inkomsten uit arbeid ná deze peildatum mag niet leiden tot afwijzing van de aanvraag. Appellante voldeed op 1 januari 2004 aan alle voorwaarden voor de toeslag.
De Raad vernietigt het besluit van het College, kent de toeslag toe vanaf 1 januari 2004 en veroordeelt het College in de proceskosten. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de wettelijke systematiek en jurisprudentie.
Uitkomst: De langdurigheidstoeslag wordt toegekend met ingang van 1 januari 2004 ondanks latere inkomsten uit arbeid.