Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7671

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/575 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 4:84 AwbArt. 58 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na onontvankelijkheid bezwaar intrekkingsbesluit

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking van haar bijstandsuitkering per 1 januari 2006. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, waardoor het intrekkingsbesluit in rechte onaantastbaar werd.

Vervolgens vorderde het College de gemaakte bijstandskosten over januari 2006 terug. Appellante stelde bezwaar in tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd benadrukt dat het intrekkingsbesluit onherroepelijk was.

In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het College niet verplicht was het intrekkingsbesluit opnieuw te beoordelen bij de terugvordering. Ook zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat van de beleidsregel omtrent terugvordering wordt afgeweken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

08/575 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2007, 06/4305 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 31 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S. Guman, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 juli 2009. Partijen zijn, zoals vooraf bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 10 maart 2006 heeft het College de bijstand van appellante ingetrokken met ingang van 1 januari 2006. Bij brief van 24 maart 2006 heeft het College, onder verwijzing naar het besluit van 10 maart 2006, aan appellante meegedeeld dat het onderzoek naar de juiste datum en reden van de intrekking van de bijstand niet heeft geleid tot een andere beëindiginsdatum. Appellante heeft bij brief van 26 april 2006 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het College het bezwaar voor zover gericht tegen de brief van 24 maart 2006 niet-ontvankelijk verklaard omdat die brief geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat. Voorts heeft het College het bezwaar voor zover dat gericht is tegen het besluit van 10 maart 2006 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante heeft tegen het besluit van 20 juni 2006 geen rechtsmiddel aangewend.
1.2. Bij besluit van 18 mei 2006 heeft het College de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 ten bedrage van € 664,84 van appellante teruggevorderd.
1.3. Bij besluit van 11 juli 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 18 mei 2006 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 juli 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij onder meer overwogen dat het besluit van 10 maart 2006 in rechte onaantastbaar is en de beroepsgronden van appellante tegen de intrekking van de bijstand derhalve geen doel treffen.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het besluit van 10 maart 2006 inzake de intrekking van de bijstand van appellante in rechte onaantastbaar is geworden doordat het bezwaar tegen dit besluit bij besluit van 20 juni 2006 niet-ontvankelijk is verklaard en tegen dat besluit geen beroep is ingesteld. Anders dan de gemachtigde van appellante is de Raad van oordeel dat het College niet gehouden was om het in rechte vaststaande besluit van 10 maart 2006 opnieuw te beoordelen in het kader van de heroverweging van het besluit van 18 mei 2006. Het bezwaarschrift van 30 mei 2006 strekte tot ongedaanmaking van het besluit van 18 mei 2006. Gelet op het besluit van 20 juni 2006 kon het College bij zijn beslissing op dat bezwaar tot uitgangspunt nemen dat de bijstand met ingang van 1 januari 2006 terecht was ingetrokken. Daarmee is ook gegeven dat het College bevoegd was op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 ten bedrage van € 664,84 van appellante terug te vorderen.
4.2. Het College heeft gehandeld in overeenstemming met de ter zake van terugvordering gehanteerde beleidsregel. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan het College, met toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Awb, van de beleidsregel had moeten afwijken.
4.3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en J.F. Bandringa en O.L.H.W.I. Korte als leden, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2009.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) M.C.T.M.Sonderegger.
NK