ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf november 1996 bijstand en beschikte gedurende de jaren 2002 tot en met 2006 over gezamenlijke bankrekeningen met haar moeder en dochter die zij niet aan het College had gemeld. Uit onderzoek bleek dat het saldo van deze rekeningen regelmatig boven de vrij te laten vermogensgrens lag, waardoor appellante geen recht had op bijstand.
Het College trok de bijstand in over de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 maart 2006 en vorderde de kosten van bijstand terug tot een bedrag van € 26.014,53. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante onder meer dat de Belastingdienst niet bevoegd was om de bankgegevens te verstrekken, wat door de Raad werd verworpen.
De Raad oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat zij niet over het vermogen beschikte en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Ook werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het bestaan van de rekeningen niet te melden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.