ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid woon- en leefsituatie
Appellante vroeg op 17 mei 2006 bijstand aan bij het Centrum voor Werk en Inkomen. In het kader van de aanvraag werd haar woon- en leefsituatie onderzocht, onder meer door een huisbezoek op 13 juli 2006. Uit het onderzoek bleek dat een derde persoon nog steeds op het opgegeven adres verbleef en post ontving, hetgeen niet overeenkwam met de verklaring van appellante dat zij alleen woonde.
Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag bijstandsuitkering af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting, omdat de woon- en leefsituatie niet eenduidig kon worden vastgesteld. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde zij aan dat haar verklaringen niet correct waren verwerkt, maar de Raad ging mee met de rechtbank dat de verklaringen die appellante voorafgaand en tijdens het huisbezoek had afgelegd betrouwbaar waren, mede omdat zij deze had ondertekend.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid had gegeven over haar woon- en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De afwijzing van de aanvraag was daarom terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.