ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid bij bipolaire stoornis
Appellant was raadsgriffier en werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor de functie. Het UWV weigerde zijn WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij leed aan een bipolaire stoornis, waardoor hij zijn gedrag niet goed kon inschatten. De Raad benoemde een deskundige, prof. Kuilman, die concludeerde dat appellant door zijn stoornissen onvoldoende inzicht had in zijn gedrag en niet in staat was dit te corrigeren.
De Raad oordeelde dat appellant geen verwijt kan worden gemaakt voor zijn gedrag en dat het UWV het besluit tot weigering van de WW-uitkering niet in stand kan houden. De eerdere uitspraak van de rechtbank, die het besluit deels in stand hield, werd vernietigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens het ontbreken van verwijtbare werkloosheid.