ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens schending inlichtingenplicht en toepassing verordening WWB
Appellant had zijn bijstand meerdere malen verlaagd gekregen wegens het niet tijdig verstrekken van informatie aan het College van burgemeester en wethouders van Gouda, in strijd met de inlichtingenverplichting onder de Wet werk en bijstand (WWB).
De rechtbank had het besluit van 28 augustus 2006 vernietigd wegens het ontbreken van een hoorzitting en ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen van de verlaging in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aankondiging van een voornemen tot verlaging geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verder stelt de Raad vast dat het College ten onrechte de maatregel van verlaging met toepassing van artikel 8, derde lid, van de Verordening heeft verdubbeld, omdat er geen sprake was van een derde verwijtbare gedraging binnen twaalf maanden.
De Raad herroept het besluit van 28 augustus 2006 en bepaalt zelf dat de bijstand met 10% wordt verlaagd voor een periode van twee maanden. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met ingang van 1 september 2006 gedurende twee maanden met 10% verlaagd.