ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek representatie/garantietoelage wegens bevoegdheidsgebrek en falen vertrouwensbeginsel
Appellant, sinds 1992 in dienst bij de politie en vanaf 1994 werkzaam bij de politieregio Hollands Midden, verzocht om toekenning van een representatie/garantietoelage met terugwerkende kracht vanaf 1 april 1994. De korpschef wees dit verzoek in 2005 af, waarna appellant bezwaar maakte, dit introk, en later opnieuw bezwaar indiende dat in 2007 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het bestreden besluit door dezelfde persoon was genomen als het primaire besluit, wat in strijd is met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor moest de aangevallen uitspraak worden vernietigd.
De Raad beperkte zich vervolgens tot het punt van het vertrouwensbeginsel waarop appellant zijn beroep baseerde. Uit het onderzoek bleek dat de districtschef niet bevoegd was om toezeggingen te doen en dat onvoldoende vaststond dat er een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging was gedaan. Daarom faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed. Er werd geen vergoeding van overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens bevoegdheidsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.