ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herstel werknemerschap en vernietiging besluit WW-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin een WW-uitkering werd geweigerd op grond van artikel 8, tweede lid, van de Werkloosheidswet (WW). De rechtbank Assen verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep gaf het UWV aan de grondslag van het bestreden besluit niet langer te handhaven en erkende dat appellant het werknemerschap met ingang van 18 april 2005 heeft herkregen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak niet in stand kunnen blijven en vernietigde deze. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 september 2009, waarbij appellant in eerste zitting aanwezig was en in tweede zitting niet. De Raad achtte de proceskostenvergoeding passend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, het werknemerschap van appellant wordt hersteld en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.