ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ongeoorloofde verhuizing
Appellant was als huismeester verplicht om in de dienstwoning te wonen. Ondanks een afwijzing van zijn verzoek om buiten het gebouw te wonen, verhuisde hij toch naar een woning buiten het gebouw. Dit leidde tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst.
Het UWV weigerde de WW-uitkering blijvend geheel wegens verwijtbare werkloosheid. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellant bewust in strijd met zijn contractuele verplichtingen heeft gehandeld en dat er geen noodzaak voor de verhuizing was.
De Raad vond geen aanleiding om het besluit van het UWV te vernietigen en bevestigde dat de werkloosheid appellant in overwegende mate kan worden verweten. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak onderstreept het belang van het naleven van contractuele woonverplichtingen en bevestigt dat verwijtbare werkloosheid kan leiden tot weigering van een WW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende en volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door ongeoorloofde verhuizing.