ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste urenopgave zelfstandige
Appellant ontving vanaf 2 februari 2004 een WW-uitkering gebaseerd op een verlies van 35 arbeidsuren per week. Uit onderzoek van het UWV en de Belastingdienst bleek dat appellant meer uren als zelfstandige had gewerkt dan hij had opgegeven, met name doordat hij alleen declarabele uren had vermeld en niet de uren besteed aan acquisitie, reizen, studie en administratie.
De rechtbank had de besluiten van het UWV vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de omvang van het zelfstandig ondernemerschap, maar stelde dat appellant ook de niet-declarabele uren had moeten opgeven. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het verzoek van appellant om de behandeling aan te houden af, omdat het onderzoek van de Nationale Ombudsman niet relevant is voor deze zaak.
De Raad oordeelt dat appellant zijn eigen interpretatie gaf aan de invulling van werkbriefjes en dat eventuele gebrekkige voorlichting van het UWV voor zijn risico komt. Er zijn geen dringende redenen van financiële of sociale aard die herziening en terugvordering zouden moeten voorkomen. Het beroep tegen het besluit van 17 februari 2009 wordt ongegrond verklaard.
De Raad concludeert dat het besluit tot herziening en terugvordering van € 39.676,40 terecht is en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.