ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellante ontving vanaf oktober 2006 bijstand als alleenstaande ouder. Na een onderzoek naar haar woonsituatie trok het College de bijstand per februari 2007 in vanwege het verzwegen samenwonen met haar partner. Tevens werd een terugvordering van €5.080,74 opgelegd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het College verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de bezwaartermijn van zes weken begon op 24 augustus 2007, de dag na verzending van het besluit op 23 augustus 2007. Het bezwaarschrift, gedateerd 4 oktober 2007, werd echter pas op 8 oktober ontvangen, waardoor de termijn was verstreken. Appellante gaf geen geldige reden voor de late indiening, zodat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder betwistte appellante de terugvordering van de bijstandskosten niet. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is terecht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.