ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling niet-ontvankelijk wegens niet gelijktijdige indiening met intrekking hoger beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage had de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken wegens het niet of onvoldoende aanleveren van gevraagde documenten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep werd het oorspronkelijke besluit deels herroepen door het College, dat het recht op bijstand over een deel van de periode alsnog erkende en een vergoeding toekende voor gemaakte rechtsbijstandkosten. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in, maar diende pas een dag later een verzoek in om het College te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het verzoek om proceskostenveroordeling volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht gelijktijdig met de intrekking van het beroep moet worden ingediend. Omdat dit niet was gebeurd, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om veroordeling in de proceskosten is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het hoger beroep is ingediend.