ECLI:NL:CRVB:2009:BK0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1988 bijstand als alleenstaande ouder. Het College trok de bijstand in vanaf 4 april 1992 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [B.] en het niet melden daarvan. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking over de periode 1992-1996 onjuist is omdat de relevante wetsartikelen toen nog niet van kracht waren. Daarom wordt dat deel van het besluit vernietigd en herroepen.
Voor de periode 1996-2006 is vastgesteld dat appellante en [B.] feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. Dit blijkt uit diverse objectieve feiten zoals het gebruik van sleutels, aanwezigheid van eigendommen en verklaringen van getuigen. Hierdoor had appellante niet als alleenstaande ouder bijstand mogen ontvangen. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
De Raad veroordeelt het College tot betaling van proceskosten aan appellante en bevestigt het overige van de aangevallen uitspraak. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit over 1992-1996 wordt vernietigd en herroepen, het besluit over 1996-2006 wordt bevestigd.