ECLI:NL:CRVB:2009:BK0574
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WAO-uitkeringsbeslissing wegens ontbreken nieuw feit
De zaak betreft een verzoek om herziening van eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep inzake de afwijzing van een WAO-uitkering aan verzoeker. De Raad had eerder geoordeeld dat verzoeker niet voldeed aan de vereiste 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid in 1984, waardoor de uitkering terecht was geweigerd.
Verzoeker stelde dat de eerdere beslissing onjuist was en vroeg om herziening van de uitspraken van 27 mei 2005 en 14 maart 2008. De Raad benadrukte dat herziening alleen mogelijk is op basis van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden.
Omdat verzoeker geen nieuw feit of omstandigheid had aangevoerd, werd het verzoek om herziening afgewezen. Verzoeker en het UWV waren niet aanwezig bij de zitting. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2009.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere WAO-uitkeringsbeslissingen wordt afgewezen wegens ontbreken van een nieuw feit of nieuwe omstandigheid.