ECLI:NL:CRVB:2010:BO1790

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6246 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht bij verzoek om herziening UWV-uitspraak

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad inzake een WAO-zaken. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Verzoeker heeft hiertegen verzet aangetekend en gesteld dat hij het griffierecht contant en per aangetekende brief had voldaan. Deze stelling kon hij echter niet met stukken onderbouwen. De Raad ontving geen bewijs van betaling of van een aangetekende brief van verzoeker.

De Raad oordeelt dat het griffierecht niet is betaald en dat verzoeker in verzuim is geweest. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Er wordt geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 september 2010 in aanwezigheid van griffier R. Groothuis.

Uitkomst: Het verzet van verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

09/6246 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko, (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 oktober 2009, 08/2809 WAO,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 28 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 24 maart 2010 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak van de Raad van 8 oktober 2009, 08/2809 WAO, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 24 maart 2010 heeft verzoeker verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 augustus 2010, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 24 maart 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft verzoeker, opnieuw, naar voren gebracht dat hij het griffierecht bij aangetekend verzonden brief contant heeft betaald. Verzoeker heeft dit echter niet met stukken onderbouwd. Bij de Raad is, behalve de brief waarbij het verzoek om herziening is ingediend, ook geen van verzoeker afkomstige aangetekend verzonden brief ontvangen. Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
IJ
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de R. Groothuis en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 28 septembre 2010.