ECLI:NL:CRVB:2009:BK0681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opleiding met behoud van bijstand en beroep op gelijkheidsbeginsel
Appellante, een bijstandsgerechtigde, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om toestemming om met behoud van bijstand de opleiding tot leidster kinderopvang te volgen. Het College wees dit verzoek af omdat de opleiding niet noodzakelijk werd geacht en appellante in een re-integratietraject was geplaatst. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij kansloos was op de arbeidsmarkt met haar huidige opleiding en dat sprake was van ongelijke behandeling ten opzichte van anderen die wel toestemming kregen.
Het College verklaarde het bezwaar ongegrond en wees tevens het verzoek om vergoeding van kosten van rechtsbijstand af. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante inmiddels de opleiding volgde en studiefinanciering ontving, waardoor zij geen belang meer zou hebben bij het beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling, vooral vanwege de vergoeding van kosten van rechtsbijstand. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De Raad vond dat het College voldoende had weerlegd dat sprake was van een gelijk geval en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek om met behoud van bijstand de opleiding te volgen is ongegrond verklaard.