ECLI:NL:CRVB:2009:BK0968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats op opgegeven adres
Appellante diende op 1 augustus 2007 een aanvraag om bijstand in, welke werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk maakte op het opgegeven adres te wonen. Een tweede aanvraag op 31 augustus 2007 leidde tot een voorschot, maar ook deze aanvraag werd afgewezen en het voorschot teruggevorderd. De bezwaren van appellante werden door het College ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat haar omstandigheden waren gewijzigd, maar de Raad stelde vast dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde. De bevindingen van huisbezoeken in augustus en oktober 2007 verschilden niet wezenlijk.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en liet de terugvordering van het voorschot buiten beschouwing omdat daartegen geen grieven waren aangevoerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de hernieuwde aanvraag om bijstand omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woont op het opgegeven adres.