ECLI:NL:CRVB:2009:BK1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging voor wigexcisie wegens objectieve lichamelijke functiestoornissen na facialisuitval
Appellant vroeg een machtiging voor een wigexcisie van een grote strook huid boven de rechter wenkbrauw vanwege een lage stand van de wenkbrauw en druk op de ogen, ontstaan na een operatie aan een brughoektumor met facialisuitval rechts.
CZ wees de aanvraag af omdat volgens hun medisch adviseur geen sprake was van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen zoals vereist in de Regeling medisch-specialistische hulp Ziekenfondswet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad stelde een onafhankelijke deskundige aan die bevestigde dat de klachten van appellant objectief medisch zijn vast te stellen en dat de ingreep naar redelijke verwachting adequaat is om de klachten te verhelpen. De Raad oordeelde dat CZ een onjuiste maatstaf hanteerde en dat de gevraagde toestemming ten onrechte was geweigerd.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten, herroept het oorspronkelijke besluit van CZ en verleent de machtiging. Tevens veroordeelde de Raad CZ tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Raad herroept het besluit van CZ en verleent de gevraagde toestemming voor de wigexcisie.