ECLI:NL:CRVB:2009:BK1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift inzake omzetting studiefinanciering
Appellant maakte bezwaar tegen een aanmaning van de IB-Groep tot betaling van een bedrag dat verband hield met een omzetting van een uitwonendenbeurs naar een thuiswonendenbeurs over de periode september 2000 tot juni 2001. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het was gericht tegen een aanmaning en niet tegen een besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de besluiten van 15 februari 2002 niet op de voorgeschreven wijze bekend waren gemaakt, omdat hij niet op het geregistreerde adres woonde en hij aannemelijk maakte dat zijn relatie met de IB-Groep was beëindigd.
De Raad overwoog dat de IB-Groep een nader adresonderzoek had moeten verrichten voordat zij de besluiten verstuurde, aangezien de geregistreerde adresgegevens feitelijk onjuist waren. Het verzuim van appellant of zijn moeder om een adreswijziging door te geven was niet relevant voor de vraag of de besluiten op de juiste wijze bekend waren gemaakt. De Raad vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat de IB-Groep een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast werd appellant in het gelijk gesteld wat betreft de proceskosten en het griffierecht, die door de IB-Groep aan appellant moeten worden vergoed. De Raad oordeelde dat de termijn voor het indienen van bezwaar nog niet was gaan lopen omdat de besluiten niet rechtsgeldig bekend waren gemaakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en de IB-Groep wordt verplicht een nieuw besluit op bezwaar te nemen.