ECLI:NL:CRVB:2009:BK1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatiebesluit verblijf en verzorging AWBZ zonder strijd met reformatio in peius
Appellante, met diverse aandoeningen waaronder afasie na een CVA, was geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding en verblijf op grond van de AWBZ. Na bezwaar en beroep tegen het indicatiebesluit van het CIZ over de omvang van de zorgfuncties, stelde de rechtbank het besluit van 9 november 2006 in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet om de functie verblijf had verzocht en dat zij meer uren huishoudelijke en persoonlijke verzorging wenste, met een hogere persoonsgebonden budgetindicatie. De Raad stelde vast dat het CIZ de indicatie voor verblijf terecht had vastgesteld vanwege de noodzaak van permanent toezicht, gelet op de medische situatie van appellante.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende objectieve gegevens had geleverd om de vastgestelde uren huishoudelijke en persoonlijke verzorging te betwisten. Tevens is het indicatiebesluit niet in strijd met het verbod op reformatio in peius, aangezien de gevolgen van onderhandelingen met het zorgkantoor niet aan het CIZ zijn toe te rekenen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het indicatiebesluit van het CIZ en wijst het hoger beroep van appellante af.