ECLI:NL:CRVB:2008:BD6168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit indicatie langdurig verblijf en zorg AWBZ wegens procedurele en inhoudelijke fouten
Appellant, die sinds 2001/2002 verlammingsklachten heeft na herseninfarcten, werd door CIZ geïndiceerd voor verpleging, persoonlijke verzorging en huishoudelijke verzorging met de wens om thuis te verblijven. Na een bezwaarprocedure tegen een besluit van 5 maart 2004, waarbij appellant stelde 24-uurszorg nodig te hebben, handhaafde CIZ het besluit zonder het bezwaar gegrond te verklaren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat CIZ het bezwaar ten onrechte ongegrond heeft verklaard en het primaire besluit niet gedeeltelijk heeft herroepen, wat een schending van artikel 7:11 Awb Pro inhoudt. Tevens is vastgesteld dat de indicatie voor langdurig verblijf terecht is gesteld, maar dat de beoordeling van een contra-indicatie voor verblijf in een instelling aan CIZ toekomt en niet aan appellant.
Verder is geoordeeld dat het Besluit zorgaanspraken AWBZ geen grondslag biedt voor het verhogen van zorguren om een hoger persoonsgebonden budget te verkrijgen. De Raad stelt dat CIZ duidelijk moet maken wat de gevolgen zijn van de indicatie voor verblijf voor de verzilvering van deze functie, hetgeen niet is gebeurd. Daarom wordt het besluit van 15 maart 2005 vernietigd en moet CIZ een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Tot slot veroordeelt de Raad CIZ in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Besluit van 15 maart 2005 wordt vernietigd en CIZ moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.