ECLI:NL:CRVB:2009:BK1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wegens twijfel over ontvangst brief re-integratieverplichting WW-uitkering
Appellante ontving sinds februari 2005 een WW-uitkering en werd opgeroepen voor afspraken bij een re-integratiecoach, waarvoor zij tweemaal niet verscheen. Het Uwv schortte haar uitkering op en legde een maatregel op wegens onvoldoende meewerken aan re-integratieactiviteiten. Appellante ontkende de ontvangst van een brief waarin zij werd gesommeerd een nieuwe afspraak te maken, wat leidde tot twijfel over de rechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat door de twijfel over de ontvangst van de brief een deel van de reden voor de maatregel vervalt, waardoor de feitelijke grondslag ontbreekt. De Raad liet in het midden of de overige feiten voldoende vaststaan.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en droeg het Uwv op opnieuw te beslissen. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De maatregel wegens onvoldoende meewerken wordt vernietigd vanwege twijfel over ontvangst van de brief, en het Uwv moet opnieuw beslissen.