ECLI:NL:CRVB:2009:BK1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn in opgegeven gemeente
Appellant ontving een bijstandsuitkering van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Naar aanleiding van een fraudemelding startte de gemeentelijke sociale dienst een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant sinds 4 mei 2005 niet meer woonachtig was in de opgegeven woonplaats. Het College trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, maar beoordeelde daarbij een grond die niet in het besluit was opgenomen. De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank wegens strijd met de Awb.
De Raad oordeelde dat er voldoende grondslag was voor het standpunt van het College dat appellant niet meer in de opgegeven gemeente woonde, mede gebaseerd op de verklaring van de moeder van appellant en het ontbreken van tegenbewijs. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door dit niet te melden.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen over de betreffende periode en verklaarde de beroepen ongegrond. Het College werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking en terugvordering van bijstand worden ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.