ECLI:NL:CRVB:2009:BK1479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen
Appellant ontving sinds 1993 bijstand en beschikte tijdens de periode 2004-2006 over meerdere bankrekeningen met tegoeden die de vrijlatingsgrens overschreden. Het College beëindigde en herzag de bijstand op grond van het verzwegen vermogen en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het bestaan van de rekeningen niet te melden en dat het College terecht intrekking en terugvordering toepaste.
Het besluit tot beëindiging van de bijstand per 12 mei 2006 werd echter vernietigd omdat het vermogen was gesaldeerd met schulden, waardoor geen overschrijding van de vermogensgrens bestond. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en beëindiging van bijstand wegens verzwegen bankrekeningen is deels vernietigd, terugvordering bevestigd en College veroordeeld in proceskosten.