ECLI:NL:CRVB:2009:BK1558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag robotarm voor rolstoelgebruiker wegens onvoldoende uitzonderingssituatie begeleiding
Appellant, volledig rolstoelafhankelijk en met een amputatie aan de linker arm/hand, vroeg om een robotarm voor zijn aangepaste auto om onafhankelijker te kunnen reizen. Het College van burgemeester en wethouders van Oss wees deze aanvraag af, stellende dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het regelen van begeleiding bij vervoer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Wvg en de gemeentelijke Verordening van toepassing zijn. Appellant stelde dat hij nauwelijks begeleiding kon vinden, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het gemeentebestuur in beginsel mag verwachten dat gehandicapten zelf voor begeleiding zorgen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. De Raad vond dat appellant niet had aangetoond dat hij in zo’n uitzonderingssituatie verkeerde, mede gelet op de bestaande voorzieningen zoals een persoonsgebonden budget en een forfaitaire tegemoetkoming.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een robotarm bevestigd.