ECLI:NL:CRVB:2010:BL7310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en indicatiestelling AWBZ-zorg voor verstandelijk gehandicapte minderjarige
Appellant, een ernstig verstandelijk gehandicapte minderjarige met gedragsproblemen, was geïndiceerd voor diverse vormen van AWBZ-zorg, waaronder ondersteunende begeleiding en tijdelijk verblijf. Het CIZ had de indicatie aangepast, maar stelde onder meer dat begeleiding bij vervoer naar sociaal-recreatieve activiteiten geen AWBZ-zorg is.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het latere besluit van het CIZ ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het CIZ bevoegd is om indicatiebesluiten te nemen voor verstandelijk gehandicapte minderjarigen en dat het beleid en de wetgeving een bredere zorgindicatie mogelijk maken dan het CIZ had erkend.
De Raad concludeerde dat het besluit van 3 december 2007 ondeugdelijk gemotiveerd was, met name omdat het CIZ de noodzakelijke begeleiding bij vervoer ten onrechte buiten beschouwing liet en de combinatie van verblijf en ondersteunende begeleiding onjuist beoordeelde. De Raad vernietigde het besluit en beval het CIZ tot een nieuwe, goed gemotiveerde beslissing. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd en het CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte motivering en erkenning van noodzakelijke zorg.