ECLI:NL:CRVB:2009:BK1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens vertraagde toegang tot FPU-regeling bij Rijksgebouwendienst
Appellant, werkzaam bij de Rijksgebouwendienst, vroeg in december 2004 belangstelling voor een FPU-arrangement aan. De minister weigerde aanvankelijk een aanbod te doen, maar trok dit besluit later in na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in vergelijkbare zaken. De minister bood appellant alsnog een FPU-arrangement aan en een gratificatie van €12.500 ter compensatie van de vertraging.
Appellant koos uiteindelijk niet voor het FPU-arrangement, maar voor de PAS-regeling, die hij gunstiger achtte. De rechtbank wees een schadevergoeding af omdat appellant geen gebruik had gemaakt van het FPU-arrangement. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant al schade heeft geleden door het niet eerder kunnen deelnemen aan de regeling, ongeacht zijn latere keuze.
De Raad stelt dat de schadevergoeding betrekking heeft op de periode van 1 april 2005 tot 1 april 2007, waarin appellant redelijkerwijs gebruik had kunnen maken van de regeling. De gemiste uitkeringen worden niet als schade erkend, maar wel de gemiste vrije tijd op twee dagen per week. De Raad kent daarom een redelijke schadevergoeding van €4.400 toe en verklaart het eerdere schikkingsbedrag van €12.500 irrelevant.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €4.400 schadevergoeding wegens vertraagde toegang tot de FPU-regeling.