ECLI:NL:CRVB:2009:BK1869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering ondanks betwisting medische grondslag
De werknemer was werkzaam als schoonmaker bij appellante en viel wegens psychische klachten uit. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden op verzoek van appellante. Het UWV kende de werknemer een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, waartegen appellante bezwaar maakte vanwege vermeende fraude.
Appellante stelde dat de werknemer zijn aandoening overdrijft en overhandigde dvd’s van een particulier recherchebureau ter onderbouwing. De Raad weigerde deze dvd’s te bekijken omdat ze geen aanvullende informatie boden boven het dossier en bovendien dateren van vóór de datum van de uitkering.
De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit zorgvuldig was en dat de conclusies van de door appellante ingeschakelde psycholoog Kooreman minder zwaar wogen omdat hij geen eigen onderzoek had verricht. Ook het beroep op verzekeringsgeneeskundige protocollen werd verworpen omdat deze pas na de datum van het besluit van kracht werden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de toekenning van de WIA-uitkering aan de werknemer stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot toekenning van de WIA-uitkering wordt bevestigd.