ECLI:NL:CRVB:2009:BK1880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAZ-uitkering wegens onzorgvuldige en gebrekkige motivering
Appellant, een zelfstandig opticien, viel op 15 juni 2004 uit wegens vermoeidheidsklachten veroorzaakt door hartritmestoornissen. Na medische en arbeidsdeskundige onderzoeken wees het UWV een WAZ-uitkering af wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Na bezwaar en beroep wijzigde het UWV het besluit deels, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep betwist appellant de vastgestelde urenomvang van de maatman en het maatmaninkomen, evenals de medische onderbouwing van het arbeidsvermogen. De Centrale Raad stelt vast dat appellant voorafgaand aan de uitval minimaal 71,5 uur per week werkte, maar vindt de medische grondslag onzorgvuldig en gebrekkig gemotiveerd, met name de aanname dat appellant acht uur per dag arbeid kon verrichten.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts onduidelijkheden vertoonde over de noodzaak van recuperatietijd en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens onzorgvuldige motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.