ECLI:NL:CRVB:2009:BK2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante viel uit wegens nek- en schouderklachten na een aanrijding en ontving een WAO-uitkering vanaf november 2003. In augustus 2005 meldde zij zich ziek met verergerde klachten. Het UWV weigerde haar ziekengeld per november 2005, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies die bij de WAO-beoordeling waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat onder 'zijn arbeid' de gangbare arbeid valt zoals bij de WAO-beoordeling is vastgesteld, en dat appellante geschikt was voor ten minste één van deze functies. De Raad heropende het onderzoek na aanvullende medische stukken en bevestigde dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
De Raad oordeelde dat de maatstaf voor 'zijn arbeid' niet gewijzigd kan worden na ziekmelding en dat appellante geschikt was voor de functie van inpakker, ondanks haar spraakbeperking. De Raad verwierp het argument dat de functie niet actueel zou zijn en bevestigde dat de Ziektewet-uitkering niet met terugwerkende kracht was beëindigd.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de weigering van ziekengeld standhield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.