ECLI:NL:CRVB:2009:BK2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren voor WW-uitkering
Appellante betwistte de vaststelling van haar gemiddeld aantal arbeidsuren (gaa) voor de berekening van haar WW-uitkering. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het gaa correct was vastgesteld, met name dat buitenschoolse uren terecht niet waren meegenomen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin de methodiek van het vaststellen van het gaa is toegelicht en concludeert dat het UWV het gaa op juiste wijze en met het juiste aantal uren heeft vastgesteld.
De Raad oordeelt dat er geen gronden zijn om het bestreden besluit te vernietigen of te wijzigen. Ook acht de Raad geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het gemiddeld aantal arbeidsuren en de omvang van de WW-uitkering van appellante correct zijn vastgesteld.