ECLI:NL:CRVB:2009:BK2801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekeningsbesluit eigen risicodrager WAO-uitkering en weigering terugkeer publiek bestel
De zaak betreft een geschil tussen een werkgeefster en het UWV over het toerekeningsbesluit waarbij de werkgeefster als eigen risicodrager is aangewezen voor de betaling van een WAO-uitkering aan een werknemer die sinds 1 juli 2003 ziek was. De werkgeefster maakte bezwaar tegen het besluit omdat zij pas na het eigen risicodragerschap op de hoogte werd gesteld van de uitkering en verzocht om terugkeer naar het publieke bestel met terugwerkende kracht.
De rechtbank had het beroep tegen het toerekeningsbesluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering van het coulancebeleid dat door het UWV werd gehanteerd voor terugkeer naar het publieke bestel. Tevens werden de proceskosten aan de werkgeefster toegewezen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding is getreden door het coulancebeleid te toetsen, aangezien dit beleid geen onderdeel uitmaakt van het toerekeningsbesluit. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het toerekeningsbesluit ongegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van de werkgeefster in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het toerekeningsbesluit ongegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten.