ECLI:NL:CRVB:2009:BK2815
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor voedingssupplementen
Verzoekster, sinds 2005 verblijvend in een verpleeghuis, vroeg bijzondere bijstand voor voedingssupplementen. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit af, waarna verzoekster bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege het ontbreken van medisch advies, waarna het College een nieuw besluit nam op basis van advies van de GGD dat geen medische noodzaak voor vergoeding zag.
Verzoekster bracht in hoger beroep aanvullende medische verklaringen in, waaronder een brief van orthomoleculair geneeskundige Van Lith. De voorzieningenrechter van de rechtbank betrok deze brief niet bij de beoordeling, wat tot het hoger beroep leidde. De Raad overwoog dat het geschil in de bodemprocedure moet worden beoordeeld en dat het verzoek om voorlopige voorziening geen spoedeisend belang had.
De Raad oordeelde dat de medische noodzaak volgens het GGD-advies onvoldoende was onderbouwd om een voorlopige voorziening toe te kennen. Bovendien kon verzoekster tot nu toe in haar behoefte voorzien, zij het met financiële steun van haar gemachtigde. De Raad wees het verzoek af en liet de beoordeling van de medische noodzaak over aan de meervoudige kamer in de hoofdzaak, die naar verwachting in het eerste kwartaal van 2010 zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de bodemprocedure kan worden afgewacht.