ECLI:NL:CRVB:2006:AX9121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijzondere bijstand voor voedingssupplementen niet op juiste wettelijke grondslag
Appellante ontving sinds 1 september 2001 bijzondere bijstand voor kosten van voedingssupplementen. Na een heronderzoek en medisch advies van het Regionaal Indicatie Orgaan (Rio) stelde het College de bijstand per 1 januari 2004 stop omdat de supplementen niet medisch noodzakelijk zouden zijn. Het bezwaar van appellante werd door het College en vervolgens door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit van 7 april 2004 onjuist is omdat het op de Algemene bijstandswet (Abw) is gebaseerd, terwijl de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing is. De Raad stelt vast dat de voedingssupplementen niet onder een voorliggende voorziening vallen en dat het medisch oordeel van het Rio zorgvuldig is, maar dat dit niet leidt tot recht op bijstand.
De Raad vernietigt het besluit van 7 april 2004 voor zover het de beëindiging van de bijzondere bijstand betreft, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van bijzondere bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag.