ECLI:NL:CRVB:2009:BK3188
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit Algemene Oorlogsongevallenregeling over mate arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1945 in het voormalige Nederlands-Indië, werd in 1990 erkend als burger-oorlogsslachtoffer en ontving een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (WUBO). In 2006 vroeg hij tegemoetkomingen aan op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Bij besluit van april 2007 werd vastgesteld dat appellant oorlogsletsel had in de zin van de AOR en werd zijn arbeidsongeschiktheid als gevolg daarvan vastgesteld op 30%, met een invaliditeitsuitkering van 15%.
Appellant voerde in beroep aan dat hij volledig geïnvalideerd was door een persoonlijkheidsstoornis die voortkwam uit traumatische ervaringen in zijn jeugd tijdens de oorlog en de Bersiap-periode. Hij betwistte de splitsing tussen oorlogsgerelateerde en overige psychische klachten. Verweerster verwees naar medische rapporten die de 30% causale relatie met oorlogsletsel onderschreven en benadrukte dat alleen oorlogsgerelateerde klachten in de AOR worden meegenomen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit goed gemotiveerd was en dat de medische rapporten geen aanleiding gaven het standpunt van verweerster te verwerpen. De Raad wees het beroep af omdat de overige psychische problemen buiten de AOR vallen en de definitie van oorlogsletsel beperkt is tot letsel direct veroorzaakt door de eigen oorlogservaringen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 30% arbeidsongeschiktheid als gevolg van oorlogsletsel bevestigd.