ECLI:NL:CRVB:2009:BK3189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding premie op Remigratie-uitkering conform Nederlands-Marokkaans verdrag
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving een WAO-uitkering en een Remigratie-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) hield vanaf 1 november 2004 premies in voor de Ziekenfondswet en de Algemene wet bijzondere ziektekosten op de Remigratie-uitkering, op grond van een wijziging in het Nederlands-Marokkaans verdrag.
Appellant maakte bezwaar tegen deze inhouding, stellende dat de premies te hoog zijn gezien de zorg in Marokko en dat hij liever vrijwillig verzekerd zou zijn. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond, en ook de rechtbank wees het beroep af.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de inhouding van premies volledig in overeenstemming is met de Nederlandse wetgeving en het verdrag met Marokko. De Raad oordeelt dat er geen schending is van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De inhouding van premies op de Remigratie-uitkering is rechtsgeldig en het hoger beroep wordt afgewezen.