ECLI:NL:CRVB:2010:BN4418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene had een procedure lopen tegen het UWV over zijn aanspraak op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De procedure duurde in totaal ruim vijf jaar en vijf maanden, waarbij de rechterlijke fase alleen al meer dan drie jaar in beslag nam. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden.
De Staat erkende de overschrijding en bood een vergoeding van €500,- aan, maar stelde dat niet de gehele overschrijding voor zijn rekening moest komen vanwege een nieuw besluit van het UWV tijdens de procedure. De Raad oordeelde echter dat het nieuwe besluit geen reden was om de overschrijding anders toe te rekenen, omdat geen mededeling was gedaan die de procedure had stilgelegd.
De Raad concludeerde dat de gehele overschrijding van de redelijke termijn voor rekening van de Staat komt en stelde de schadevergoeding vast op drie maal €500,-, oftewel €1500,-. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322,-. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 augustus 2010.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.