ECLI:NL:CRVB:2009:BK3550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding premie WAO-uitkering zonder toepassing woonlandfactor vóór Zvw
Appellanten, woonachtig in Marokko en ontvangers van WAO-uitkeringen, maakten bezwaar tegen de inhouding van premies voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) op hun uitkeringen. Zij stelden dat de woonlandfactor, die de premie verlaagt voor in het buitenland wonende personen, ook toegepast had moeten worden vanaf 1 november 2004, de datum waarop zij verplicht verzekerd werden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de inhouding van premies vanaf 1 november 2004 conform de Nederlandse wetgeving en het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko is. De woonlandfactor is ingevoerd met de Regeling zorgverzekeringen die gebaseerd is op de per 1 januari 2006 in werking getreden Zvw. Het systeem van verplichte verzekering maakt een bewuste keuze om de wettelijke bijdrage voor sommige in het buitenland wonende personen aanzienlijk te verlagen, zonder dat dit het rechtmatige karakter van het regime aantast.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam die de beroepen van appellanten ongegrond verklaarden. Er is geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad zag ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en deed de uitspraak in het openbaar op 29 oktober 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv terecht premies inhoudt zonder toepassing van de woonlandfactor vóór 1 januari 2006.