ECLI:NL:CRVB:2009:BK3703

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/3297 WAO + 08/4855 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraken Centrale Raad van Beroep inzake WAO en ZW

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van uitspraken van 15 november 2006 met betrekking tot zijn aanspraken op grond van de WAO en ZW. Het verzoek was gebaseerd op vermeende evidente onjuistheden, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

Tijdens de zitting van 7 oktober 2009 waren partijen niet aanwezig, maar de Raad heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld. De Raad concludeerde dat het verzoek niet kon worden ingewilligd omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals vereist volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad overwoog tevens dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden werd het verzoek om herziening in beide gedingen afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraken inzake WAO en ZW wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/3297 WAO en 08/4855 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 15 november 2006 (04/5536 WAO en 05/6438 ZW),
in de gedingen in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 15 november 2006 (04/5536 WAO en 05/6438 ZW).
Het Uwv heeft in beide gedingen een verweerschrift ingediend.
De gedingen zijn ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 7 oktober 2009, waar partijen – het Uwv met bericht – niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraken niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het verzoekschrift van 7 juni 2007 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van 9 mei 2007.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaken en de juistheid van de bestreden uitspraken niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 9 mei 2007 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening in beide gedingen af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en P.J. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) J.M. Tason Avila.
CVG